Griekenland Peloponnes Noord en verder
Zaterdag 5 oktober. We worden wakker in een miezerig zonnetje in Neohori aan de westkust van de Peloponnesos. Het weer is echt omgeslagen. Het is zo’n 21 graden en bewolkt. We doen rustig aan en genieten nog even van de zon wanneer die zich laat zien. Zwemmen hebben we niet echt zin in, het is ons te koud (buiten het water, want dat is nog prima van temperatuur).
Wanneer we op willen breken doen we een vervelende ontdekking. De auto wil niet starten, de accu is leeg. Het is de tweede keer dat dit ons overkomt en deze keer verbazen we ons er wel over. De vorige keer hadden we de accu te lang belast met het opladen van de laptop, de iPad en een aantal andere zaken terwijl we stilstonden, maar nu hadden we eigenlijk niets bijzonders gedaan…. Gelukkig is een Zwitserse buurman bereid ons even te helpen en met de startkabels is de auto zo weer aan de loop. Maar het zint ons niet. We begrijpen eigenlijk niet hoe het kan….. We rijden naar Olympia. Camping Diane in het centrum van Olympia is verlaten. We zijn de enige gasten en mogen een mooi plekje uitzoeken. Geïnstalleerd gaan we op pad om Olympia te verkennen. We hadden het natuurlijk kunnen verwachten maar het is wel heel erg toeristisch. Een grote wandelpromenade naar het antieke Olympia met allemaal souvenirwinkeltjes, restaurantjes en barretjes.

Stadion Olympia 
Ingang stadion
Zondagochtend worden we laat wakker. Het is zo rustig op de camping dat we overal doorheen geslapen zijn. Bij het ontbijt ontdekken we dat ons gas op is. We hebben nog net een kop koffie. Daar moeten we dus achteraan als we vertrekken. Maar eerst gaan we op stap om antiek Olympia te bekijken. Het is koud en bewolkt, dus trekken we een lange broek aan en nemen een vest mee. Antiek Olympia is mooi gelegen langs de oever van de Alfeios en was zowel een religieus als sportief centrum.


Tempel van Zeus 
Palaestra, trainingscentrum sporters
Toch is er weinig te zien of te lezen over het sportieve element, zowel op de opgraving als in het archeologisch museum. Er zijn 2 musea in Olympia gewijd aan de nieuwe en de oude Olympische spelen maar beide zijn gesloten ivm de crisis (geen geld voor het personeel).



Hermes 
Halverwege de middag zijn we weer terug op de camping en vertrekken in de regen richting Pyrgos aan de westkust. Op zoek naar LPG vind je natuurlijk niets! Pas een flink stuk na Pyrgos vinden we eindelijk een tankstation met LPG. Dat probleem dus weer opgelost. We rijden nog een klein stukje door naar Kilini en sluiten aan bij een rijtje campers net buiten de haven. Eigenlijk willen we in het stadje gaan eten, maar het is zo troosteloos in de regen en ongezellig dat we ons maar op de restanten pizza van de vorige dag storten.
De volgende ochtend opnieuw pech. Als we weg willen rijden wil de auto weer niet starten! Deze keer hebben we echt niets gedaan waardoor de accu leeg getrokken zou kunnen zijn, dus er moet iets met de accu aan de hand zijn. Passerende Duitsers zijn zo vriendelijk om mbv startkabels de auto weer te starten, maar we moeten nu echt op zoek naar een garage. De grootste stad in de buurt is Patras, dus daar rijden we heen. In de documentatie van de auto hebben we een fiatdealer in de haven van Patras gevonden, maar die blijkt er niet meer te zijn. We komen terecht bij een Nissan dealer. Dat is een schot in de roos, want die blijkt een hele voorraad accu’s te hebben en met 4 man hebben ze in 10 minuten een nieuwe accu geplaatst. Ook de rekening valt dik mee, 110 euro, dus we kunnen weer verder.
Nu we toch in Patras zijn parkeren we de auto en lopen naar het centrum. De crisis heeft hier hard toegeslagen. Veel winkels zijn gesloten en zien er door de graffiti niet uit. Gek genoeg zie je heel veel jeugd op de terrassen, maar of dat komt door het enorm hoge percentage jeugdwerkloosheid? Op de terugweg komen we langs de Byzantijnse basiliek Agios Andreas, een prachtig kerk met mooie fresco’s en mozaïeken.
Tegen vijven rijden we de stad weer uit richting Diakofto in het noorden. Opnieuw een mooie camperplek aan het strand. Hier komen we de Belgische reizigers met de 2 dwerg schnauzers weer tegen. Leuke mensen, leuke hondjes!
Dinsdagochtend 8 oktober worden we wakker met een waterig zonnetje. Als we naar buiten kijken loopt onze Belgische buurvrouw langs en vraagt of we brood van de bakker willen. Natuurlijk, lekker! Zo zitten we een half uurtje later achter een lekker vers broodje met koffie. Plan voor vandaag is een treintochtje naar Kalavryta. Hier ligt 22 km smalspoor wat rond 1900 is aangelegd om het erts uit het Kalavrytagebied te halen. Het is deels een soort tandradbaan om de steile stukken te overbruggen. De route van 45 minuten loopt door 14 tunnels en een hele serie bruggen over de Vouraikoskloof.
Wanneer we aan komen lopen staat het treintje op het punt van vertrekken en we kunnen nog net mee. De machinist neemt alle tijd voor de tocht en het publiek, voornamelijk toeristen, geniet. In Kalavryta (op zo’n 1400 m hoogte) is het koud. We besluiten dezelfde trein weer retour te nemen en maken de tocht in omgekeerde richting.
Terug in het dorp pakken we de camper en rijden weer de bergen in. Bocht na bocht kronkelen we omhoog. Opnieuw passeren we Kalavryta, maar nu over de weg. Het dorp is nog steeds uitgestorven en we rijden verder door de bergen weer richting Patras. Het is een schitterende rit met prachtige vergezichten en dreigende luchten. Jammer dat er zo nu en dan ook wat uitvalt, maar dat hoort er ook bij.
In Patras rijden we naar de brug over de golf van Korinthe. Vlak ervoor ligt een park aan zee waar we een prima overnachtingsplek vinden. Bij lichten wordt er getrimd en gezwommen, en ’s nachts….. ook van alles waar we maar liever niet bij stil staan…..
De volgende ochtend worden we wakker in de regen. Het valt met bakken uit de lucht! Via de brug over de golf van Korinthe, de kolos van Patras, verlaten we de Peloponnesos.
We rijden een stuk wat we 2 maanden eerder ook al gereden hebben. Toen in de zinderende hitte van rond de 40 graden, nu in de regen en amper 20 graden. We herkennen het landschap nauwelijks maar de weg is onverminderd slecht. Het is een patchwork van gaten, lappen cement, asfalt en grind. Bij Amoudia, zo’n 30 km ten zuiden van Parga, vinden we een mooi plekje voor de nacht aan de haven. Er staan al een paar Duitse campers en een Franse. Wanneer we over de pier lopen laat een visser ons een gigantische vis zien die hij net gevangen heeft. Even later zien we hem met de vis langs de restaurants lopen om de vis te verkopen.
Donderdagochtend 10 oktober. We worden gelukkig wakker in de zon! Lekker buiten ontbijten en dan door naar Parga. Daar had iemand het bord dat campers verboden zijn in het centrum afgeplakt, dus we raken klem in de nauwe straatjes. Niemand gunt ons de ruimte om te keren. Brommers, scooters, wandelaars, auto’s en fietsers, alles krioelt om ons heen terwijl we proberen te keren. Uiteindelijk moet je gewoon maar gaan rijden….. Auto buiten het centrum geparkeerd en te voet de stad in.
Boven de stad torent een oud Venetiaans fort uit. We wandelen naar boven door smalle steegjes en trappen en genieten van het uitzicht over Parga en de omliggende kust. Steile rotsen, kleine eilandjes en mooie baaien met zandstranden.
Parga is een leuk stadje maar wel erg toeristisch. Het is er ondanks het naseizoen nog druk en gezellig. Na een korte terrasstop rijden we door richting Igoumenitsa. Onderweg bij een bron vullen we de watertank aan en stoppen Sam onder de kraan voor een wasbeurt. Waar hij in heeft liggen rollen weten we niet, maar hij stonk! Sam niet blij met het resultaat, maar wij zeker wel.
Voorbij de haven van Igoumenitsa waar de grote ferry boten liggen naar Italië naar een strand bij de monding van de baai. Daar, onder het bord verboden te kamperen, staan zeker een stuk of 15 campers aan het strand en wij sluiten aan. We worden direct begroet door een grote witte hond. Ik probeer hem weg te lokken met een hondensnoepje, maar helaas (was natuurlijk ook te verwachten) hij blijft gekleefd aan de camper. Wanneer Sam eten krijgt geven we hem ook maar wat.
Vrijdagochtend 11 oktober. Vandaag gaan we op weg naar het noorden. Na rijp beraad besluiten we toch niet langs de kust van Albanië, maar over de grote doorgaande weg te gaan. Wel door Albanië, maar via Macedonië het meer van Ohrid, Tirana en dan naar Dubrovnik. Dat betekent dat we via de duurste weg van Griekenland (schijnt 8 miljard gekost te hebben) van Igoumenitsa, Ioannina naar Kozini rijden. Het is bar slecht weer. Het onweert en hoost in de bergen! In de buurt van Florina wordt het weer beter. 17 augustus waren we ook in dit gebied en hebben we overnacht op een parkeerplaats bij een wintersportgebied. Hier gaan we weer naar toe. Wat een verschil met de vorige tocht! Nu is het herfst. Alle bomen staan prachtig in kleur en de mistslierten rond de bergen geven het een echt herfstbeeld. Voor het eerst zien we dat de zomer voorbij is.
’s Avonds hebben we de verwarming in de camper aan. Het is koud boven in de bergen. Morgen verlaten we Griekenland en steken we de grens bij Niki over naar Macedonië.












































