Dinsdag 3 juni. We zitten al weer een paar dagen op de Trans Canadian Highway (van Oost naar West). Veel onderweg en veel gezien, dus de blog is er een beetje bij in geschoten. Hoog tijd voor een inhaalslag. Terug naar maandag 19 mei.
Het is grauw, miezerig en triest als we vertrekken uit Fundy NP. Het is Victoria Day, een vrije dag voor iedereen in Canada, maar ook de laatste dag van het lange weekend. Het is druk in de Camper Service straat, dus het duurt even voor we kunnen vertrekken. We gaan eerst het park nog even in. Naar Herring Cove, waar we gisteren naar toe wilden wandelen. Het beroemde uitzicht hult zich in miezerige nevelen.

Point Wolfe idem dito, maar we lopen toch nog even naar de beroemde overdekte brug met zicht op de baai van Fundy.




Terug naar Alma en bij de bakker (staan ervoor in de rij) kopen we brood en een schaaltje gevarieerd gebak. Dan rijden we naar St. John. Moet een mooi havenstadje zijn, maar op deze regenachtige Victoria Day kun je er een kanon afschieten zonder iets of iemand te raken…. Boven op de heuvel bij Fort Howe hebben we prachtig uitzicht over St. John en de rivier.




Bij de Reversing Falls ontmoet de zee de rivier in een dagelijks terugkerende strijd tussen eb en vloed. Door het enorme getijdeverschil zet de vloed zoveel kracht dat het zeewater (bruin van het zand) rivier opwaarts stroomt. Bij Reversing Falls zit ongeveer het keerpunt. Als wij aankomen stroomt de rivier stroomopwaarts tot ongeveer 100 meter waar wij staan. Op het keerpunt spelen zeehonden. We zien de neusjes bovenkomen, maar te ver weg voor onze camera. Een paar uur later stroomt de rivier met grof geweld weer stroomafwaarts….



Woendag 20 mei. Het is droog maar bewolkt als we naar Fredericton, de hoofdstad van New Brunswick, rijden. We bezoeken de Beaverbrook Art Gallery, bekend om zijn verzameling Canadese landschapschilderkunst uit de 19e en 20e eeuw. Maar er is veel meer moois te zien. Interessant is ook de textiele kunst van Sara Maloney, zij probeert traditionele vormen en technieken in een nieuw jasje te steken.
Aan de overkant van het museum staat het Provinciehuis van New Brunswick en…. het is open voor bezoek. Voor mij hartstikke interessant met mijn achtergrond in het Drents Provinciehuis. We worden super vriendelijk ontvangen, moeten wel door security check à la de luchthaven beveiliging, maar dan krijgen we een uitgebreide privé rondleiding. Heel anders dan in Drenthe maar toch ook overeenkomsten (bijvoorbeeld de galerij met schilderijen van oud commissarissen).




Tot slot bekijken we de Christ Church Cathedral en lopen een rondje door het centrum voor we weer in de auto stappen naar onze overnachtingsplek in Perth-Andover aan de St. John.





De volgende ochtend gaan we verder richting Quebec. Bij een koffiestop in Grand Falls bekijken we de waterval waarna het stadje vernoemd is. De St. John rivier heeft hier een forse kloof in de rotsen uitgesleten en het water stort 25 meter naar beneden.



Inmiddels blijken we ook in een andere tijdzone terecht gekomen. Het is ineens een uur eerder!


Om 17:00 zijn we in Levi. Aan de andere kant van de St. Lawrence rivier ligt Quebec en wij staan bij de pont op een parkeerplaats. Donderdag 21 mei begint met een domper. Wij zijn geen van beiden fit. Het laatste restje gebak uit Alma breekt ons op. Pas rond 2 uur gaat het weer wat beter en gaan we met de pont de rivier over en Quebec in.


We lopen eerst door het lage gedeelte van Quebec bij de haven. Allemaal zeer fraai gerestaureerd en erg toeristisch. Beetje te naar ons gevoel. Wel een prachtige muurschildering.



We lopen omhoog naar het beeldbepalende Chateau Frontenac (hotel 1893).

We waaien zo’n beetje weg op de promenade dus we lopen de stad in naar de Notre Dame de Quebec. Grote fraai versierde kerk, maar vrij statisch en kil.



We slenteren verder langs winkelstraatjes met heel veel restaurantjes en barretjes naar de stadsmuur. Met drie stadspoorten omringd de muur heel oud Quebec (1759).








Het is super toeristisch allemaal en eigenlijk vinden we het allebei een beetje over de top. We drinken nog een pilsje in de stad en nemen dan de ferry terug naar Hannes.
Vrijdag 23 mei. Een regendag vandaag. We rijden over de snelweg naar Montreal en belanden in de file voor de tunnel onder de St. Lawrence rivier.



Twee uur later rijden we eindelijk het terrein van Camping Sogerive op. Tenminste tot de slagboom. Je moet van te voren reserveren via de website. Dat doen wij ter plekke, maar daar gaat iets fout. De dame bij de slagboom spreekt alleen een voor ons onverstaanbaar Frans en het duurt even voor we door hebben wat het probleem is. Frans heeft gereserveerd vanaf zijn tablet en zijn tablet staat nog op de Nederlandse tijd. Dat betekent dat de datum van reserveren niet vandaag was maar morgen….. Dat misverstand uit de wereld geholpen mogen we eindelijk verder de camping op. Na een lange dag onderweg nu een welverdiend pilsje & wijntje! Overigens toch wel opmerkelijk dat in de provincie Quebec veel mensen geen Engels spreken. In de rest van Canada spreek bijna iedereen zowel Engels als Frans, maar hier is dat echt een dingetje!
De volgende ochtend wandel ik met Hannes langs de haven. Hier moet de pont naar het oude centrum van Montreal vertrekken. Helaas!!! Een vriendelijke dame vertelt met dat de veerdienst pas volgende week weer start….. Dus in een uurtje reizen we met bus en metro naar het centrum. Kaartje kopen in de bus wordt weggewuifd, ga maar zitten….


In de stad lopen we het oude centrum in. Langs Hotel de Ville (stadshuis 1878), Marche Bonsecours met zijn zilveren koepel (tegenwoordig een marktmal met winkeltjes en een brouwerij) en de Chapelle Notre Dame de Bonsecours (zeeliedenkerk) naar de oude haven. Daar staat een enorm reuzenrad. Leek ons wel leuk, maar 30 Cad$ per persoon vinden we toch wat overdreven.









Bij mooi weer is het haventerrein vast een heel gezellig gebeuren, nu oogt het verlaten en troosteloos. We lopen naar de Basilique Notre Dame de Montreal uit 1829. Bij binnenkomst valt je mond open, wat een prachtige kerk. Het is net alsof je een gigantisch theater binnenkomt inclusief de oplopende vloer en balkons rondom…. Hedenavond treden voor u op….





Tot slot lopen nog even door Chinatown en gaan dan met de metro naar de Underground City. Een enorm overdekt en deels ondergronds complex met winkels, restaurants, hotels en een enorme foodmarket. Te groot om alles te bekijken en bovendien hebben onze voeten inmiddels al de nodige kilometers achter de rug….






Dus, terug met de metro en de bus. Het busstation is ook weer een bijzondere ervaring….. Net een luchthaven…. Iedereen wacht binnen bij de aangekondigde terminal keurig in de rij totdat de bus komt….

Zondag 25 mei. Zonnetje schijnt en het is rustig op de weg.



We rijden naar Upper Canada Village, een levend openlucht museum. In dit gebied is de St. Lawrence rivier verbreedt en verdiept om de (grote) scheepvaart naar de Grote Meren in de VS mogelijk te maken. Voor het behoud van het Canadese erfgoed zijn een 40 tal huizen/bedrijven uit 1866 uit dit ondergelopen gebied overgebracht naar het openlucht museum. We zien een spinnerij, korenmolen, zagerij, smidse, boerderijen, een kerk en nog veel meer. Ontzettend leuk omdat overal mensen in de kleding uit die tijd werken op de manier van toen en vertellen waar ze mee bezig zijn.
We overnachten bij de Seaway Locks (sluizen) in Iroquoise aan een meertje bij een vissteiger.


Maandag 26 mei. Het is prachtig weer en we gaan kijken bij de sluizen. Er komt net een schip door, maar druk lijkt het niet. Bij Prescot bezoeken we Fort Wellington, een vesting met aarden wallen en palissaden rondom (1812). Er is net een schoolklas, dus er lopen ook weer soldaten en dames rond in kledij van die tijd. Er is indertijd 2 maal gevochten, 1 maal tegen de Fransen en 1 maal tegen de rebellen die aansluiting zochten met Amerika.






We rijden verder langs de oever van de St. Lawrence rivier over de 1000 Islands Parkway. Het is een prachtig gebied met vele kleine eilandjes, vaak bebouwd met huizen in alle soorten en maten. Soms is het huis groter dan het eiland…. Op ongeveer 600 m voor de grens met de VS staat de 1000 Island Tower (120 m hoog) met prachtig uitzicht over de St. Lawrence rivier. Natuurlijk gaan we boven kijken.









We overnachten in Kingston op de parkeerplaats van Fort Henry en zijn de volgende ochtend om half tien bij de ingang van het Fort. Gesloten staat op het bord achter de kassa??? Blijkt dat de dames bij de kassa het bord vergeten zijn weg te zetten. Vonden het al erg rustig….. Binnen blijkt het Fort veel groter dan gedacht. Een hele kazerne is in de heuvel gebouwd. Op het centrale plein krijgen we een demonstratie van de geweren die in die tijd gebruikt werden. Wel heel leuk dat deze demonstraties gegeven worden. We zien zo ook de militaire kapel oefenen, de bakker brood bakken….. Het maakt het zoveel levendiger en interessanter.











Kingston zelf heeft een mooi oud centrum met een paar bijzondere gebouwen aan de haven.






We rijden verder langs de St Lawrence. Een gratis pontje (openbaar vervoer!) brengt ons naar het schiereiland Prince Edward.




We doorkruizen het schiereiland, een mooi landelijk gebied met goed onderhouden huizen en landerijen. Bij Port Hope vinden we aan Lake Ontario een prima plekje op een parkeerplaats. Hannes kan even rennen op het strand.

Morgen gaan we verder naar Toronto en de Niagara Falls. Daar start de grote oversteek over de Trans Canadian Highway naar het westen.


































Boeiende verhalen en mooie foto’ s, wij genieten er elke keer van. Het is heel leuk om op deze manier een beetje ‘mee te reizen’….
Groetjes van de (andere) Zwervers
Ziet er allemaal mooi en relaxed uit. Veel plezier verder.
Hoi, wat weer een mooie tocht en foto´s. Genieten maar en nog veel meer moois zien.
Dank en een goede reis verder. Groet van Liesbeth.
Hallo Frans en Mathilde,
Wat fijn dat jullie weer op reis zijn en dat Hannes ook weer
mee is.
Prachtige foto’s en verhalen weer. Hoe lang duurt de reis, deze keer?
Un beso,
Marjan.